Alle sacramenten
zijn een handelen van Christus, het handelen van God in Christus.
Men kan dus moeilijk spreken van het zwijgen van God. Men moet
eerder spreken van de wil om de stem van God te smoren.
1. Inleiding
Uit mijn
biografische onderzoek Was Shakespeare katholiek?
bleek dat William Shakespeare katholiek is geweest. Daarbij werd
aangegeven dat dit consequenties zal hebben op het interpreteren
van zijn werk. Het is interessant om hier een proeve van te nemen
door een van zijn meest populaire stukken te analyseren op zijn
katholieke betekenis. Uit veiligheidsoverwegingen kon Shakespeare
meestal niet te expliciet over zijn katholieke spiritualiteit
schrijven. Soms was hij in staat om de censuur zodanig te
omzeilen of om de tuin te leiden met allegorieën (waar Peter
Milward s.j. onderzoek naar heeft gedaan), dat hij typisch
katholieke themas aan de orde kon stellen. Daarbij laat hij
vaak op subtiele wijze de gevaren naar voren komen die hij ziet
in het gedachtengoed van de reformatie.
Zo
staan bijvoorbeeld in Hamlet de eschatolgie en de omgang
met leed en geweld centraal. Die eschatologie is uitgebreid
geanalyseerd door onder andere Stephen Greenblatt in Hamlet
in purgatory (2001). Daaruit blijkt dat Shakespeare een
katholieke visie heeft op de manier waarop de strijdende,
lijdende en zegevierende kerk met elkaar in verband staan
(Freeman, 2003, p.222vv; vgl. Schoenbaum, 1987, p.61). In de
strijdende kerk, hier op aarde, kan gebeden worden voor hen die
zich in het vagevuur, de lijdende kerk, bevinden en tót hen die
in de zegevierende kerk, de hemel, zijn. Ook in Romeo and
Juliet komt die visie aan bod. Het vagevuur wordt letterlijk
genoemd door Romeo: There is no world without Verona walls
/ But purgatory, torture, hell itself (III,3,17-18; vgl.
Milward, 2000, p.14; Milward, 1973, p.251-254 en Campbell, 1986
[1930], p.84). Ook Juliet zinspeelt op het terugkomen van
geesten, zoals de geest van Hamlet uit het vagevuur komt:
At some hours in the night spirits resort (IV,3,43).
Ook het katholieke aanroepen van de heiligen wordt genoemd: niet
alleen Maria (II,2,69) en Sint-Franciscus (II,3,65; V,3,121),
maar bovendien Sint-Petrus, die voor katholieken de eerste paus
was, wordt aangeroepen: Now, by Saint Peters Church
and Peter too (III,5,116; vgl. 114 en 154). (Vgl. Shaheen,
2002, p.518 en Hammerschmidt, 2003, p.147). Bovendien wordt er
gezinspeeld op het vereren van relieken van heiligen als
pelgrims, iets wat door Calvijn expliciet verafschuwd werd
(I,5,92-109 en de liturgische vredeskus in IV,1,43; vgl. Shaheen,
2002, p.519-520; Greenblatt, 2004, p.111-112; Wells, 1994, p.80
en Hammerschmidt, 2003, p.146).
Ook de omgang met leed en geweld is een element in Romeo and
Juliet. Shakespeare is zelf (zie Was Shakespeare
katholiek) banneling geweest vanwege zijn katholicisme en
hij laat ballingschap in het gros van zijn toneelstukken naar
voren komen en wel als een van de zwaarste straffen die men kan
ondergaan (vgl. Milward, 2000, p.12 en Milward, 1997, p.12). Ook
Romeo moet er, net als Shakespeare vlak na zijn huwelijk met
Anne, aan geloven, waarover hij zich met de net genoemde woorden
over het vagevuur beklaagt. Daarnaast resoneert het idee van twee
strijdende partijen (de Capulets en de Montagues) de situatie van
de twee strijdende partijen op religieus gebied: de protestanten
en de katholieken, die elkaar vaak ook het licht in de ogen niet
gunden (vgl. Milward, 2000, p.9-10). Daardoor vielen aan beide
zijden slachtoffers, zoals ook vele van Shakespeares eigen
familieleden (zie Was Shakespeare katholiek?).
Reeds in het voorwoord tot Romeo and Juliet
onderstreept Shakespeare de dood van de twee jonggeliefden als
zoenoffer, ter verzoening van hun vijandige ouders en
families (Van Impe, 1999, §1,7; vgl. p.53-54. Ook Capulet
moet dat op het einde toegeven: As rich shall Romeos
by his ladys lie; / Poor sacrifices of our enmity!
(V,3,302-303).
Toch zijn dit niet de meest centrale of opvallende katholieke
elementen in Romeo and Juliet. Niet alleen staan deze in Hamlet
veel meer in het middelpunt (Milward, 1997, p.24-25), het
aanroepen van heiligen en ballingschap zijn elementen die in het
gehele oeuvre van Shakespeare voorkomen, zelfs nog in een in het
heidense Rome gesitueerde Titus Andronicus (bv. IV,4,42).
Wel speelt de plot van Romeo and Juliet, in een Italiaanse
setting geplaatst en daarin ook niet uniek bij Shakespeare (vgl.
Honan, 1999, p.207-208), zich in een traditioneel katholieke
context af, waarin met name de sacramenten een prominente rol
spelen. Welke bedoeling heeft Shakespeare hier mee gehad?
Eerst wordt er een analyse gegeven van de filosofische tegenstelling tussen katholicisme en protestantisme, die zijn wortels heeft in de uit de Middeleeuwen stammende tegenstelling tussen thomisme en nominalisme. Daarna wordt verder ingegaan op de theologische kenmerken van de katholieke sacramentalitieit en hoe die gebruikt wordt in Romeo and Juliet.[1]
[1] Alle citaten uit en
verwijzingen naar Romeo and Juliet zijn zoals ze staan
weergegeven in The Oxford Shakespeare, The complete works,
1988, onder redactie van Stanley Wells en Gary Taylor, Oxford
University Press.